Stem: Marsch de Marlbourg. WAt Hertstogt vind men hier op Aard, Die zoo veel weelden heeft? Of met wat drift gaat dog gepaard Een zoet, als 't minnen geeft? Niets streeld ons zoo de sinnen, Als 't lieffelyke minnen: Daar is geen zoet, Dat zo voldoet, Aan ons Gemoed: Dan als de Min twee zielen bind; Wanneer men mind en werd bemind: Dit is een zaak,, die al 't vermaak Des Werelds overwind. 2. De heerssugt werd gesteld van veel' Voor d'aldermeeste in Kragt: Maar my dunkt dat in tegendeel, De Min de meeste magt Moet werden toegeschreven; Wie kan de magt weerstreven Van 't Minnewigt Want yder swigt Dog voor zyn Schigt. Sag men niet menig Vorst en Heer, De Kroon en Scepter leggen neer, Voor 't Min-Altaar,, Wanneer hy maar Beproeft had zyn geweer. 3. Gelyk de Heers-sugt noyt is met Een trotse Kroon te vre'en: So kend een Minnaar Paal nog Wet, Voor zyn Begeerlykhe'en. Verkrygt hy eens zyn Beden, Hy is nog niet te vreden, Hy haakte alweer Naar nog een keer;
Ja zelfs hoe meer Dat hy verkrygt, daar hy om smeekt, Hoe meer dat zyn begeert' ontsteekt, En in zyn Borst,, Een nieuwe dorst Tot meerder kweekt. 4. Dit werd ik dagelyks gewaar Myn waarde Phillis: want Als ik het luk heb, dat ik maar Op uwe lieve hand. Een Kus of twee mag drukken, Wensch ik'er een te plukken Van uwe mond: Werd dat vergond, Ik voel terstond Dat myn begeerte hooger sweefd, 'k Wensch gy'er my een weder geeft: Werd ik gekust,, 'k Voel dat myn lust, Nog geen voldoening heeft. 5. Dog niet dat ik ondankbaar ben, Voor uwe gunsten: Neen, Myn liefste Phillis, ik erken Met dankbaarheid al 't geen Ik van uw heb genoten: 't Gering zo wel als 't Grote, En 'k zal altyd, trots ramp en spyt, Met alle vlyt U tonen, dat ik ben en al Schoon dat het woedende geval My van uw scheid,, in Eeuwigheid Uw Minnaar blyven zal,
Cookies on Poetry Cove