Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

te Vlissinge leyd een Jagt, &c.Als ik myn Phillis kussen mag. APol had naauwelyks zyn broek En onderkonsten aangetogen, Als Knaap Damêtas uyt den hoek Van zyne Slaapplaats was gevlogen. 2. En sat al by zyn Rosemond, Daar hy eens helder op ging dennen, En deed het Liedje dat terstond Sal volgen,in haar ooren dreunen. 3. Ach waarde Rosemond hoe sal Ik u myn dankbaarheyd betoonen? Ik zoek maar vind gantsch niet met al, Daar ik u gunst mee kan beloonen. 4. Dog zoo een dankbaar hert voortaan, By u myn Lief niet werd verstooten:

Zo neem ket in betaling aan, Voor al het goed by u genoten. 5. Neem dan myn hert, myn waarste schat Voor uwe gunst, die my meer waard is Als al de schat die Croesus had, Ja 't allerkost'lykst dat op aard is. 6. Laat and're vry haar Wellust in God Bagchns stellen en zyn Vrugten: De myne zoek ik in de min, Die geeft my beter ziel-genugten. 7. Gy zy alleen myn Ziels-vermaak, De vreugd en wellust van myn oogen; Gy zyt alleen myn Doel en Baak: Ik leef alleen in uw vermogen. 8. 'k Misgun aan and're niet, dat zy Hun heerszugt streelen met regeeren; 'k Wil voor al 's Werelds Monarchy Uw wedermin, nog gunst ontberen. 9. Ik vind in deez' myn slaverny Ligt duyzendmaal meer zoetigheden, Als and're in hun Heerschappy; Ik ben met Rosemond te vreden.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.