Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Reveillez vous Belle endormïe. MOet ik helaas! dan dus verkwynen Door al myn Jammer en Elend, Sal ik dan van myn Smert, en Pynen In eeuwigheyd nooyt zien het end. 2. Waarom houd' ik met zoo veel sorgen Dog voor myn Philis, myn Godin, Myn al te trouwe min verborgen? Sal zy nooit weeten dat 'k haar min. 3. ô Ja! Myn Engelin zal weeten, Dat zy door haar Bekoorlykhe'en, Myn Hert, en Sin lang heeft bezeeten: Ik Leef, en Sterf voor haar alleen. 4. Waar toe dient my dit angstig schromen? Ik zoek verlichting in myn Smert, Die reeds al is in top gekomen: Ligt dat zy eens bewoogen wert. 5. Want in een Lichaam zo vol gaven

Dunkt het my een onmoog'lykheyd, Dat daar een Ziel in is begraven, Zoo vol van ongevoeligheyd. 6. Wel aan ik staak voortaan myn klagen, My dunkt ik zy door Phillis min, Al myn voorgaande leed verjagen, En heel verbannen uyt myn sin.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.