Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Als ik myn Phillis kussen mag. ALs Thirsis zag 't zoet Ooggestraal Van Phillis, riep hy, kan men vinde, Wel anders dan in 's Hemels Zaal, Een zulken Schoon' als myn beminde.

2. Soo haast dit Phillis had gehoord Wierd zy nog schoonder door het bloosen, Ik ben al sonder dat bekoord Zey hy, laat daarom vry dees Roosen. 3. En als zy met een lieve lach Aanhoorende 't minnelyke vlyen; Ik geef het Phillis, riep hy, ach! Myn Ziel, wat wil ik langer by'en. 4. Hoor zey zy Thirsis, gy beklaagd Uw Vryheyd, ik wil s'u dan weer geven, Ach! (sugt hy) Engel lief, gy plaagd Vergeefs, 'k wil in uw Banden leven. 5. Ô Aangenaam' gevangenis! Hoe lieflyk streeld gy myn gedagten; Myn eenigste verlangen is, Gestadig in u te vernagten.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.