Skip to content
1750

Apollo,s kermis-gift aan de Haagsche vermaaks-gesinde jeugd. Deel 1

Anoniem

Stem: Van het Sinjeurtje.

EEn Minnaar leyd veel smarten, Maar 't gaat hem niet ter harte;

Want is hy tusschen beiden eens vry Hy krygt zijn oude parten En klaagd van meet af aan zyn leed, Zo dat ik by mijn hiel niet weet Wat in de minnebruijery Het best is Slaaf, of vry, Of liever nog geen van bey. 2. Daar is my laast verweten, En 't heeft my zeer gespeten, Dat my Roosje niet meer en bemind En egter wouw ik 't niet weten; Maar als het die shoone my selver seid, Dan ga ik weer na een and're meid En haal op nieuw een blaauwe scheen By spijtige Clorimeen; Eer ben ik tog niet te vreen. 3. Zoo tobt men in dit leven, Door hoop of vrees gedreven; Maar als men aan Hymens touwtje raakt, Dan is de Kaart vergeven; Daar raakt men aan alle kanten beeft. ô! Droevig denkbeeld voor de geest! Van buyten schijnd men wel te vree, Van binnen is 't ach en wee! O Libera nos Domine.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.