Skip to content
1746

Apollo's kermis-gift aan de Amsterdamsche Juffers. Derde deel

Anoniem

Wyze: Als ik denk om myn Margo. 1. Weg met al het mal gevrey, En gevley,

'k Stel het alles aan een zy, Laat die wreede die 'k beminde, Met een aar, Tot een Paar, Haar vry verbinden. 2. Want haar malle stuurse praat, Hoe 't ook gaat, My niet langer aan en staat 'k Heb haar lang genoeg gebeden, Dat zy recht In den Echt Met my zou treden. 3. Maar ik heb nooyt enig woord Ooyt gehoord, Daar uyt een'ge troost quam voort! Laat haar voor sint felten lopen, Want 'k meen geen Blaauwe scheen Weer daar te lopen. 4. 'k Weet wel een goed Medicyn, Een glas Wyn, Dat verdryft de Liefdes pyn, Ik zal helder liever klinken, En verblyd Gezondheid Van haar gaan drinken.

5. Hey t'za Hospes tap een ras, Een groot glas, Dat 's een beter Liefdes tas, 'k Zal de Meid uyt 't herte boenen, Meer vermaak Geeft dees smaak Als tien paar zoenen. 6. Loopt die lekkere Druyve zop, In de Kop, 'k Bruy te Kooy op een gallop, 'k Heb m'aan geen geknor te storen, Van de Meid, Want die Vryd Moet dat steeds horen. 7. Al heb ik een blaauwe Scheen, 't Is gemeen, 'k Heb nu ook geen blok aan 't Been! 'k Kan my als voorheen vermaken Vroeg en laat, Hoe 't ook gaat Met d'oude Snaken. 8. Vaar voor eeuwig uit 't gezigt, Venus wigt, Ik hou my by Bachus pligt, En zal altyd daar by blyven; 'k Hoor dan niet Met verdriet, 't Geknor van Wyven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.