Skip to content
1746

Apollo's kermis-gift aan de Amsterdamsche Juffers. Derde deel

Anoniem

Wyze: Maakje klaar, maakje klaar. 1. 't IS gedaan, 't is gedaan, Bruydje Lief je moet 'er aan, Daar valt geen praten tegen; De stryd en is zo vinnig niet, Want zelden daar geen wond geschied, Daarom weest niet verlegen. 2. Of hy al, of hy al, Wil bestormen uwen wal, Met Bomben en Cartouwen, Al komt hy zelfs met steek geweer, Die steken doen je niet eens zeer, Je meugt hem wel vertrouwen. 3. ô Die stryd! ô die stryd! Maakt het heele Lyf verblyd, Zo als je zult bevinden, Ik wed je Morgen, dorstje maar, Hoe je was by en in malkaar, Snakken zou aan de Vrinden. 4. Nou je zult, nou je zult Heb nog slegs een wyl gedult;

Haast de vreugt gevoelen; Ik word 'er zelve Haanig van, Als ik bedenk hoe Vrouw en Man, t'Zamen dan krioelen. 5. 'k Wens je lang, 'k wens je lang Met vermaak meugt gaan je gang, En stadig binnen 't Jaartje, Door zulk een storm en Wolven dans Verkrygt een Klaas, Jan, Heyn of Frans Al Jongens als haar Vaartje.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.