Wyze: En myn overschoone Jeugt. 1. Kloris. O Myn Lieve Rosemond, Ik ben door 't groot vermogen,
De schoonheid uwer oogen, Tot in myn hert gewond, En bid dat uyt uw Mond Waar uyt gelyk als schaak'len, Veel Hemelsche oraculen Steeds vloeyen, wedermin Ik horen mag, en 'k in U vinde meededogen, En gy met my bewogen, Zult tonen zoete Maagt, Dat Kloris u behaagt. 2. Rosemond. Neen Herders Knaapje neen, neen! Laat af van my te Minnen, En ban dit uyt uw zinnen Want ik lach met uw geween, Dies gaat vry elders heen, Ik meen myn jonge dagen Te slyten zonder klagen En leven wel te vree, Op 't Land by 't wollig Vee; Daar zyn meer Herderinnen By wien gy kunt gaan Minnen: Zy zullen ligt de smert Genezen van uw hert.
3. Kloris. ô laat gy die bitt're reen! Myn Roosje van uw Lippen Zo hard en wreed ontglippen! Ach zyt gy dan van steen! En let g'op geen geween? Wilt gy uw Lente Jaren Dan slyten zonder paren: En zal 'er nimmer Min Uw Boezem komen in? Ik hoop dat Cupidootje Nog wel eens met een schootje Zal kwetzen 't harde hert, Dat steeds de Min uyttart. 4. Rosemond. Wat is dat voor malle praat, 'k Lach met die blinde Schutter, En acht het vry wat nutter, Dat gy uw wegen gaat, En my terstond verlaat; Want schoon uw Minnewoorden Myn jeugdig hert bekoorden, Zo hou ik uw gevrey Uw streelen en gevley;
Voor loze lift en streeken, Want Minnaars eeden breken, Haar Liefde word ras koud, Zo dra men is getrouwd. 5. Kloris. Vrees niet die trouweloosheid Van Kloris, die het Leven Veel liever wil begeven, Wyl gy in der eeuwigheid; Hem in het herte leid. De Zon zal met zyn stralen Eer in het Oosten dalen, En in het West opgaan, Dan dat ik zou bestaan: Myn trouwe Min te krenken Die 'k eeuwig u kom schenken Myn Lieve Rosemond, Ik bid u heel myn wond! 6. Rosemond. Zo 't Hert is als uwe reen Zal ik het uw smert genezen, Gy zult myn Kloris wezen, Dies staak al uw geween, Wy zyn te zamen een.
Kloris. ô Wel gelukkig stondje Wyl gy myn Rozemondje, Met wederliefde kroond; En met uw gunst beloond! Mag ik met een paar kussen Nu 't brandend herte blusschen, Vergun dit zoete Maagt, Aan Kloris, die 't u vraagt.
Cookies on Poetry Cove