Wyze: Hier heeft my Rosemond bescheyden. 1. Wel aan Apollo help me zingen Voor mynen Vriend een vrolyk lied, Wyl ieder met verwonderingen Hem zes-en-twintig Jaren ziet! 2. Ey zend een vyf zes van de Muyzen Hier na beneen van Helykon, (Eer ik het alles mocht vergruyzen) Met geurtjes uit den Hengsten Bron. 3. Dan trek ik aanstonds aan het rymen Een smak wat wenschen op 't Papier, Al sou ik 'er onder bezwymen Ik doe het nogtans voor playzier. 4. Sta vast ik zal nou gaan beginnen Myn allervriendelykste Vriend, En met all' myne zeeven zinnen Je wenschen dat u altoos diend. 5. Voor eerst: ik wensje zo veel dagen En Jaren steeds fris en gezond, Als gy kund met je schoudren schragen Of zo lang alsje 't houwen kond.
6. 'k Wensch datje nimmer raak aan 't hoesten, 't Zy door het zingen of gelach, En datje nooyt behoeft te proesten, Gelyk ik het wel eertyds zag. 7. Ik wensch dat God Merkuur u zegend, Al meer en meerder dag, aan dag, En dat uw winkel als beregent Van Koopluy stadig krielen mag. 8. En mocht u al het wenschen baten, 'k Versekerje men zou misschien Je regenbakken vol Ducaaten, In min als een momentje zien. 9. Je kreeg het allerliefste Wysje Ten minsten met een ton of tien, Die proper was van hooft en lyfje En mooy als men 'er ooyt kan zien. 10. Wat zouje niet veel vreugde rapen Wat hadje dan niet wel een pret, Want by een Venusje te slapen, Zeg wie verlangd dan niet na bed? 11. Ik wenschje datje tachtig Jaren En zo het zyn kan tienmaal tien! In g'luk en voorspoed wel meugd varen En dan Kinds, Kinds, Kinderen zien.
Cookies on Poetry Cove