Skip to content
1615

Apollo of Ghesangh der Musen

Anoniem

Stemme: Alst begint. GHy zijt schoone Maghet, Van den Hemel onghefaalt, Hier neer ghedaalt: Wie soude men doch vinden Op aarden, die kan binden De herten onvertsaghet?

Als ghy, die daar niet veel na vraghet.

Die treffelijckheden Die in u klaar aanschijn Vergadert zijn, Die kennen vvel doen blijcken, Dat ghy sonder ghelijcken, Niet trecket van beneden, Soo veel Enghelsche schoonheden.

Als ick aenschouvve Het doode tafereel, ’T vvelck een kleyn deel, Doet stommelijck vertoonen, Vws lijfs niet om verschoonen, Dan vvordt mijn hert door houvven Met onuytsprekelijcke rouvve.

Het moet my rouvven, Dat ick niet mach als ghy, Van d’Hemel bly, D’onsterffelijcke Goden, Als mijn voor-ouders nooden; Op dat ick mocht Me-vrouvve, Ooc God, u schoon Godinne trouvven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.