Skip to content
1615

Apollo of Ghesangh der Musen

Anoniem

Wijse: Tusschen Hemel ende aerden. VVAs ick niet berooft van sinnen Doen ick Venus heb’ ghelooft, Met het blinde kindt der Minne,

Dat alleen geen vryheyt rooft, Maer wanneert een hert doorwondt Schijnt de ziel schier ongesondt. Suchten, duchten, clagen, treuren,

Weenen, steenen, druck, en rou, Quam mijn sachten slaep versteuren, Tot verlusting van mijn Vrou, Die veel duysent vreuchden soogh

Wt de smerten die ick droogh. Sy belachten al mijn leven, En hiel met my doen de spot, Doch dat is haer nu vergeven,

Want ick weet, ick was soo sot, Dat ick meende, Venus kindt Was die’t alles hier verwint. Hoewel datmen op der aerden

Dickmael leert met schae of schandt: Schandt noch schae en openbaerden My van liefd’ het recht verstandt, Dat wanneermen d’oorsaeck schout,

Liefd’ wel self verwonnen houdt. Wanhoop my de vryheyt teelde, Vryheyt is mijn hooghste goet, ’T hert in’t lijf my danst van weelde,

Lust en vreucht in overvloet, My de schoone vryheyt sendt, ’T sedert mijn liefd’ nam een endt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.