Skip to content
1615

Apollo of Ghesangh der Musen

Anoniem

Het thiende van de Schoonheyt. VAn schoonder voetkens oyt, was ’t aarderijc betreden, Als dees die properlijck twee toffelkens aandoen, Van purper fijn fluweel, daar onder kleyne schoen,

Met gout-draat geborduyrt, de schoenkens fraey doorsneden. Het gras is amoureus op dees twee snelle leden: Ick heb het wel ghesien, met ander kruyden groen, Staan drillen vol van vreucht voor hare stapkens koen,

Dan buyghdent met ootmoet voor hare soete schreden. Sij zijn vol heylicheyt, als sy gaan na ’t aflaat; Sij zijn vol majesteyt, als sy gaen over straet; Sij zijn soo lieffelijck, als sy gaan om verblijen;

Sij zijn vol eerbaarheyt, als sy gaan na ’t bancket; Sy zijn vol eenicheyt, als sy gaan na het bedt; Wat ist! sy zijn te snel, voor diese wil gaan vrijen.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.