Lenten.
LEnten doet de Aerd’ ontluycken,
Die de coude VVinter sluyt,
Levert bloemen die soet ruycken,
Deckt de Aerd’ met gras en cruyt;
’Tvogheltje singht overluyt,
Maeckt sijn nestje in de vvay,
Of aen tacken van het vvoudt,
Daer het hem met vreucht onthoudt
Om in vreen te broen sijn ey.