I.
Ick Cupido Goden Godt.fol. 20
In ouder eeuwen langh.fol. 34
Ioffrouw ick kan niet winnen.fol. 48
Ick kniel Iuffrouw in uwe dove stoep.fol. 61
Int midden van dit laghe Neder-landt.fol. 78
Ick bid mijn Heer den Medecijn.fol. 87
Ia noodich acht ick nu te roemen.fol. 109
Ick weet een schoon Goddin.fol. 109
In armoed leef ick onbenijdt.fol. 108