W.
WAnneer ick eens te bier wil gaen. 37
Witte Duyfje. 51
Wat geeft het schimpen vuyl gespuys. 55
Wat noorde-windt, en bulder buy. 73
Wel maatje lief wat zeit men nuw. 101
Wat ist alsmen is getrout. 123
Wanneer de grijse Winter-godt. 126
Warmte in de koude. 217
Wanneer de koutste tijt vant Iaer. 237
Wanneer de lieffelijke Maey. 245