Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Toon: Ick quam op haer Slaep-kamertje gaen, &c. GOdin, die my de sinnen// ontroert, En steedts om u te minnen// vervoert, Een hart dat sich van binnen// beroert, Verlieft op sulken beeld, ’t Welck een ieder de lusten ontsteelt, Vergoede Maaght, So u behaagt Een minne-sucht van uw’ Streler, Ach! luyster ’t geen hy klaagt. 2Ick streck des nachts mijn leden// in’t bed, Daar werd dan op uw’ seden// gelet, Bedruckt aldaer mijn reeden// ick wed: Dan segh ick: Ziele-dief, Och! o Soetertjen! hadje my lief,

Gy stelden in Vw’ hert en sin, De vuurige en trouwe gloedetjes Van mijn ontsteecke Min. 3Ick die met vreugd mijn plichte// volbreng, Die steeds in uw’ gesichte// my seng En voor uw’ straal moet zwichte// geheng, O! aller Maagden pronck, Doch een heusche en dartele lonck Vw’ Dienaar mint, Isgondes kint, En sal haar eeuwigh besinnen, Soo sy ‘er lust in vindt. 4Voogdesje van mijn lievende// Ieugd, Dat gy doch met gerievende// vreugd My streelden, ick verhief uwe deugd, Met dav’rend sang, en liedt, Ha! mijn zieltje dan meenj’et of niet? Ick segh en zweer Op trou, en eer, Godesje dat gy ‘er alleenigh

Mijn vryheyd stoot om veer. 5Wel aen, ick my tot karremen// stel, En steets van u t’om-arremen// hel, En niet als van ontferremen// mel Dus klaagde, by het Y, Tot sijn waarde, nu droevigh, nu bly: O schitt’re Son! Sey Celadon, Wilt gy uw’ Harder bestralen, Dempt hem in liefdes bron. I. Bara.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove