Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Stemme: Als de Zon zijn bruyne Daken. SOeters, kom op ’t yser-klappen, Nu met vreughde slapen In Buurmans Kelder, en voldoetje Lusjes met playsier, By ’t zoet gesnak, Gekis, gebak, En laat nu tappen Met vrolijckheydt, Als ’t is gezeyt, ’t Beloofde Wijn en Bier.

2Hier is ’t beste van de Grutter, Eyeren, Melck en Butter. Lang maar een pot en lepel, om dit tuyg in een te slaen: En voeghje hier Al t’saam by ’t vyer, Het is veel nutter Dat wy de vreughd, Met zoet geneught Dus brengen op de baan: 3Dan men door het langsaam sloeren Liet de lust vervoeren, Dies queelt eens op, nu meysjes, hoe sit jy dus traag en stram? Of koomje maar, De Wevenaer Sijn huys beloeren? Soo staat vry op Van deze trop, En gaat van daar ghy quam.

4Want men moet by ’t Wafel-bakken Steets wat koodighs snaken, En neur’en soms een Deuntjen op een aangename wijs: Terwijl men tult, En smeert, en smult, En ’t nat doet zakken Het buyckjen in, Om op de zin Te streven na de prijs. 4Zoo sal yeder een getuygen Van ons vrolijck juygen. Tza, tza, Buur-vrysters schep nu moet, en houtje lustigh by Hem, die jou vleyt: Om zoetigheydt, Daar uyt te zuygen, En steltje krop, Te drinken op Een kusjen aan weerzy. M. W. de Iong.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.