Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Toon: O Elora, ydel is u roem. ‘k WOu dat ick nu een Hontje was, ‘k Sou mijn houte-huys versaecken, En een Nesje maecken, Geestigh en van pas, Al was het in mijn juffers schoot, Ach! hoe wou ik haar streelen met mijn Poot? En trots een Hondt op aerd’ Lief kosen met mijn staert. 2Waer door ick dan in wond’re schijn, Liefd’ en lust van haar sou krijgen, Koeck, en soete Vijgen, Melck, en frissche Wijn, Ia soo veel leck’re kaeutjes eel, Ach, Waer ik maer een Hontje voor mijn deel, ‘k Sou geestig sitten op, En vliegen in den top. 3Niet als tot dees haar tijdt-verdrijf,

’t Hert en geest met kunst verfraeyen, Naer de wint wou waeyen, Steld’ ick ’t Honde-lijf, Danssen en springen trots een Vlo, Buytelen om gelijk een Cupido, En heb ick weer geleert, ’t Sal haar al sijn vereert. 4Maer ’t Iufferlijke schootje soet, Moest mijn Ledekantje wesen, ‘k Heb dan niet te vreesen. Als een Hondt wel doet, En haer omhelsertjes tot veel lust, Ach! soo wanneer sy mijn fris Muyltje kust, Wie wenscht oyt meerder vreught? Als ’t geen het hert verheught? 5’s Morgens al eer Me-vrou opstont, Hadse lust met my te speelen, ‘k Sou soo koomen streelen Trots de beste Hondt, My eerst wat kammen alsoo klaer, Dan reverentie doen, O! dat soo raer,

Ick schier my selfs niet ken, Dat ick geen Hondt en ben. 6’k Wed datse my na d’ Hoofsche-staet Dan met quick, en strickjes cierden, Ia voor heyligh vierden. Al door ’t soet gelaet, En houden my gesont en fris, Eeten en drinckende met haer ten dis; Somma: ick was een geest; Twee pooten meer, een beest.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove