Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Toon: Wanneer de Zon zijn paarden ment,&c. WAnneer de lieffelijke Maey De zoete Zomer-vreughd, Ons bykomt, dan is ’t zoet en fraay, Want yder is verheugt: En dan begint te groeijen ’t Geen ’s Winters is verdort, Het Koetje op het veld gaat loeyen, Het Duyfje korrekort. 2Het Beekjen ’t geen bevrozen was Dat huppelt heen en weer, Zo klaar gelijk een Spiegel-glas: Het Visje dat wel eer, Zig hield onder de Stroompjes Schept nu weer aam en vreugd, In ’t groene van de Boompjes Het Vogeltj’ zig verheugd.

3Den Mensch zig zelf verheugen moet Wanneer hy dit aanschout, Want dan krijgt hy weer lust en moet, Den Winter is te kout; Dies meen ik my te verlusten Alhier in ’t warme Land, Op d’Indiaansche kusten Daar ons de Zon verbrand. F. Fransz. Klaix.

Gemaakt op ’t Eilant Sangai, den eersten Maay, 1650.

EYNDE.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove