Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Toon: Doe het Orpheus Bruyloft was, &c. EEns doen de bruyne Wolck-godin, Met duyzenden van oogen, Haer kleedt geciert had nae haer sin, En de bestande boogen Van ’t hooge Hemelsche gebouw, Haer stralen neder sonden: Doen heeft de grijse vorst der kouw Sijn dwingelandy ontbonden, En heeft in ’t zuyer soet Euroop, bemuurt de zilv’re stroom, De aerde in het wit bekleedt, vergrijst de groene boom. 2Het Somer swoele Oosten blies Met guure Winter-buyen, Wanneer den Hollander en Vries

Op schaetsen aen quam kruyen, Bond’ ick mee, als de Ieught gesint Het ry-tuygh aen de voeten, Met seecker Maeght, van my bemint, Daer my een kindt gemoeten, Dat al mijn ad’ren blies vol vyer, ’t bloet raeckten aen de zoo, Mits hoorden ick een bly gelach, een lach van Cupidoo. 3Om dat hy in mijn jeughdigh bloet Een gloet van AEthnas voncken Gesticht heeft, dat mijn geesje doet Verliefde suchjes roncken Al slapend, mijn verhoopte Bruyt, En ’t machtigh Minne-Gootje Lacht nu mijn droeve klachjes uyt, Ick sweer u Cupidootje, Indien ick u eens grijpen kan, by u gekruyfde hooft, ‘k Sal u, als ghy de Minnaers doet, van sin maken berooft. M. Keusers.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove