Stemme: La Vignone, &c.
AL hoe wel ramp, op ramp
Gedurigh mijn vreugd en glory eyscht ten kamp,
En valt my aan
Om neer te slaan,
Nochtans blijf ik vrymoedigh staan;
En handel,
En wandel,
Verblijdt,
Tot spijt
Der swarte nijt
Met u (O blom)
Mijn eygendom
Van wien ik deze kracht bekom.
2Mijn eenigh toeverlaet,
Daar heden mijn Leven, Hoop, en Heul op staat.
O! lieve Meyt,
Vol zoetigheyt
Wel waart van elk te zijn gevleyt.
Al quamen
Te samen
’t Verwoet
Gebroet
Wt Stix gewroet,
Tot mijn verdriet;
Ik acht het niet
Zoo langh my troost van u geschiet.
3V aangenaam gelach,
Beglinstert mijn hert, veel klaerder als den dagh.
V hel gezight
Mijn blyschap sticht;
V lieve mont mijn druck verlicht;
V leden
En zeden
Vol Deugd’
Verheughd
Mijn ziel met vreughd,
Dies ik, Godin,
Door trouwe Min,
My sonder u niet vin.
M. W. de Ionge.