Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Stemme: Alle daegh, even graegh. HArte-bladt// waartste Schat// zielens Vooghdesje, Wat sal ’t zijn// ach! ach! mijn// eygen Matresje, Die, door u lonckjes mijn boezem doet blaken: Laat my u blozende kaakjes genaken.

2Soete Sus// om een kus// van uwe lippen, Root en eel// met gestreel// minlijk te kippen, Wijl ik u Swane-hals dus houd omringelt, En dat mijn hert leydt in liefde bezingelt. 3Laat me nou// doch eens jou// boezemtje voelen, Och! zoo zel// all’ mijn quel// licht’lijck verkoelen, Kom mijn begeerte niet langer dysen, ’t Gene de lust weer op nieuws doet verrysen. 4Ik zoek mijn// smert en pijn// doch met verlangen, Wijl de gloet// mijn gemoet// stadigh komt prangen, In Venus weeligh en dartel Prieeltje Eens te versoeten, mijn Elpenbeeltje. 5Zoetste zoet// nou je moet// my niet beletten, Om je wat// aan dit pat// neder te zetten; Laat ik mijn smartje met d’ uwe genezen, Nou, nou, hoe meughje dus weygerigh wezen? M. W. de Ionge.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove