Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Stemme: Verdwaelde Koninginne, &c. Aeltje. ICk heb my voorgenomen Te vragen wat u schort, Nicht, dat ghy in u droomen Altijdt soo leght en gnort, Of vrijt u Piet// en meent het niet, Of laet u Joosje loopen; Of kent ghy jou// O schoon Ionckvrou, Niet dier genoeg verkoopen? Br. 2Neen dat en ist niet Nichte Daer mijn persoon om schreyt, Ick was gister te Bichten, En Heerom heeft geseyt: Dat ick me sal// en moet voor al In een Klooster begeven,

Soo soeck men mijn// tot een Bagijn Te maecken al mijn leven. Aeltje. 3Ia seydt hy dat, o! Nichte? Doet dat niet, ben je kloeck, Versaeckt het Klooster-plichte, En hout het met de Broeck. Vw’ jonge tijt// soo niet verslijt Als een gelubde Kater: Doet ghy mijn sin// en pleegh de Min, Wel wat Bruyt jou de Pater. Br. 4Dat is wel waer, amer moertje En vaertje, hietent my. Oock weetje wel mijn Broertje, Dat is een Capercijn, Die leyt my voor// en naer aen ’t oor Te lellen en te lollen, En seydt aldus// O Ionge Sus, Begeefje niet tot krollen. Aaltje. 5Dat hem de Droes moet plagen, Ia seydt hy dat de Fiel, Die in sijn jonge dagen

Soo veel van ’t Werckjen hiel. Al schijnt hy nou// soo sonder vrouw Te leven, ende kinder, Doet hy het niet// dat men te siet, In doncker niet te minder. Br. 6Nu sweer ick u by Heeroom, By Hel, en Vagevyer, Soo ick by hem eens weer// koom, Of hy komt eens weer hier, En seydt hy weer// daer af ick sweer, De Nicker sal hem plaghen, ‘k Sal schelden hem// met luyder stem, Dat Amsterdam sal wagen. M. Keusers.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove