Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

X. NArciss’ besach sich inde gladde water-bron, En stont geheel versuft, o, riep hy, pronck der beecken! Wie leenden u dat beeld met soo volmaeckte treecken?

Nooit blonck in Thetis bad een goddelijcker Son; Och! of ick sulcken schets maar eens omhelsen kon; Dus sprak de borst, en ging de vloed met kusjes breecken, Doch al te groote lust heeft hem van min versteecken,

Dies is Narcissus een met d’ harder Celadon. Een ding kan noch verschil aan twee verliefde geven, Hy, op sich self verlieft, geraackten om het leven, Ick door een anders oog swem in een hete vlam;

Hy stierf geluckig en met wel-genoeghde sinne, Ick blijf een levend lijck, ’t gesichte van Tirsinne. My, laatstmaal met een kus, het hart en leven nam.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove