XI.
NEen ick en min niet meer, en ken niet meer beminne,
Schoon ick Tirsinne lief, ‘k lief nochtans geen Tirsinne.
Sy voedt de hylicheyd, en schuwt de dart’le jeugd,
En ick ley uyt haar mond veel kusjes van de Deugd.
Cookies on Poetry Cove
We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.