Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Ie fui vótre beauté, &c. O Nooit-volprese leen! In wien de vrolijckheen Van Junos praal-ziraazjen staan ten toon, Die dwingen kon de dapperste aller Goon: Wanneer Ick d’oogen keer Na ’t lief gestalt, Daer gy steeds mede bralt, Dan roep ick: fiere Katarine, In de wereld zijn Oock Susters van Jupijn. 2Sach Paris ruggewaaart, O Nimf! gy zoudt op aard, Na sijn gevoel, des werelds parel zijn, Gy kreegt de vrugt alwaerdige Katrijn, Want sy

Zijn, met haer dry, Vergode Maagd, Die d’ Hemel self behaagt, En Pallas in uw’ brein besloten, Juno in den pronck, En Venus in ’t gelonck. 3Puyck-pronckje van de Stad, Die d’ heele wereld vat, Waer door het jagt-rijck Amstels-Stroompje stroomt, Mijn veder, Lief, uw’ jeugd verwellekoomt, O Vrou! Voor wien ick zou, Met ziel en sin, My hechten aen de min, Om wien ick roep: o Katarine! In de wereld zijn Oock Susters van Iupijn. I. Bara.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove