Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

Stemme: Ghy Heyligheydtjes, &c. MOet ik dan in een zee, van druk en droefheit smoren? Zal nimmer mijn verdriet en jammerlijck ellendt, Eens loopen op een endt? Zal noyt den Hemel dan mijn deer’lijk klagen hooren, 2Zoo mach ik wel de uur en droeve tijdt betreuren, Dat ik ter Werelt quam, of dat de wreede doodt, Zijn spitze pijl niet schoot, In deze borst, die noyt geen blyschap mach gebeuren. 3Eer dat ik al te streng deez’ rampen quam te dragen, Die myn het bange hert door al het wee geklagh, Schier barstne doet; ach, ach!

Mijn leden zijn te zwack, om al dit leet te schragen. 4O bitter noot-lot!kost ghy niet genoeg verwerven, Toen mijn heer Vader zoo voor Witthal sterven most? En Stuarts Zaedt gedost, In rouw, meê uyt het lant in ballingschap most zwerven. 5Most ghy u helsche lust en felligheyt gebruycken, Aen deez’ doorluchte Prins? mijn Man en waerdste kroost; Waer uyt ik al mijn troost Kon scheppen, die nu laes! te deerlijk raeckt aen ’t duycken. 6Wilhelmus ach! mijn Zon, mijn leven, geen van allen Het lijden dat ick heb gesmaeckt, trof nooyt mijn hart Met zulken zwaren smart, Als deze, nu ghy dus ontijdigh komt te vallen. 7In Atrops dood’lijk net, die u te vroeg gaet slepen, Nae Delft in ’t zwarte Choor, by u heer Vaders rif; Ach! had mijn dit vergif Voor u, o Fredricks Zoon, het leven wech gegrepen! M. W. de Ionge! Op ’t Hoedtjes maecken. BEleefde Maaghden kom, en helpme kransjes cieren, Op dat dit Ieughdigh Lijck sijn laetste eer geniet. Vlecht Palm, en Roos’mereyn, en Roos, en Angelieren, Na ’t oude Landt-gebruyck, dat ons de plicht gebiedt, Laat ons een Roosen-hoed, van blom en kruyen meng’len, Ey! hecht de Lovertjes, de Zon, en silv’re Maan, En Scheepjes, Lelyen, de Star, en blinckend’ Eng’len Ruytertjes, Pissebed, aen roos en palm-blaen, Dat hoedtje ciert het hooft, wie sal het Doodt-kleet cieren? Met strick van palm en kruyt, en stroyen ’t silv’re zant Op ’t geur’ge Roosmereyn, volmaeckte lieve Dieren, Ey! plant dit Ruyckertjen, in d’ afgeleefde handt. Nu heeft dit versche Lijck sijn laetste lijf-cieraet Heb danck, beleefde Ieught, de zegen steun u staet. M. Keusers.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove