Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel)

Anoniem

III. WAnneer ick merck de gaven van uw’ geest, De schoonheyd uwer leden Het lijf geschoeit op Goddelijcke leest,

De keur van uwe seden; Gewis ick sta met opgetrocke sinne, Maar eene kus, mijn schat, So machtig is, o Hemelsche Tirsinne!

Dat ick my selven vat. Een nucht’re kus, van uwe ontslote mond, O Zeelands-zier en pronckstuck, Maeckt dat ick, uyt de dood, bly van die wond,

Mijn adem door een vonck ruk.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Tweede deel) · Anoniem · Poetry Cove