Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel)

Anoniem

Toon: Eylacy wreede Wicht, etc. SIet waerde Roselijn, Hoe ick gestadigh quijn, Door uwe vlam ontsteecken:

Hoe uyt mijn Oogen-badt Langhs de wangen komt leken Bigg’lend, het ziltigh nat. 2Ach! dat u Ooge siet,

Dees droeve tranen vliet, En niet een traen laet tranen, Sluyt dan de kille kouw Vwe tranende banen?

Of zijt ghy sonder rouw? 3Neen, want een sagte sugt Dickwils u borst ontvlucht, Die kan getuyge wesen,

Dat in u killigh hert, Nu een vonck is geresen, Van mede Minne-smert. 4Sal ‘k dan de reden raen,

Waerom ghy mijn getraen, Steets ziet met drooge Oogen? Het is uw oogen-gloed Die u tranen doet droogen,

En niet u kil ghemoet.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel) · Anoniem · Poetry Cove