Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel)

Anoniem

Toon: quadriton. WAnneer sult ghy het vuyr Aarlande blussen, ’t Geen in dees Boesem, als een Aetna blaeckt? Als ick door ’t kussen de Nectar smaeck

Van uwe lippen, daer ick steeds na haeck, O! soete vermaeck. 2Met Rajeviel ghy voert vier Iaer geleden, En gaeft hem steedts, als hy slechts badt ghena, En tradt de schreden, Cleopatra,

Nu weygert ghy ’t geen ghy doe gaeft dra, Doch ’t is te spa. 3Laet dees gebaerde Man sijn kruyn eens domp’len, In u met Venus vocht bedaeude sloot, Eer dat de romp’len worden soo groot,

Dat yder, die wil varen in u boot, Hem schaloos stoot" 4Hier door wiert Aerlandrijn geterght tot minne, Trock op de Schot-deur van de Water-gracht, Kom vaert dan binnen, sprack sy, maer sacht,

Op dat u komst weer op een ander nacht, Mach zijn verwacht. 5Hy wierp haer op een Koets, bestroyt met Roosen, Terwijl Cupido op de Bedt-spongh sat, En deedt haer bloosen, trots Roose blat,

Tot sy van troet’le, rusten af-ghemat, Doch noch niet sat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel) · Anoniem · Poetry Cove