Skip to content
1655

Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel)

Anoniem

Toon: Petite Royale, &c. WAt is ’t slechte Vrijers in de koelt, Met uwe Rots-gesellen, Sullen eertijts hellen, Daer het anders woelt? Iae, daer de kannen klincken, Daer staen wy ghereet, Om die steets uyt te drincken, En als ghy wel weet, Ons lever valt wat heet.

2En onder drincken van de Wijn, Te speelen een verkeertje, Hey wy zijn het Heertje, ’t Mach niet anders zijn, Die niet kan mach ’t leeren, In ons Compagnie, Een Caertje te hanteeren, By ons Vrome Lie, Wy doen ’t dat yeder ’t zie. 3Tsa tsa, Monsieur langh Wijn of Bier, Ick kan niet langer bliven, Want mijn wijf sou kijven, Maken groot getier. ‘k Heb onlanghs zeven nachten, Achter een geweest, Denckt eens hoe dat sy lachten, Heer ’t was sulcken Geest! Sy tierden als een Beest. 4Doch evenwel ick ben te vree, Wy sullen aen dit daghjen,

Knoopen noch een Nachjen, Hey! wat zegje, mee? Wat Drommel meugje vragen, ‘k Sweer jou by mijn keel, Al duerdent noch drie dagen, ’t Was my niet te veel, Mijn hert is veel te eel.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdamsche Vreughde-stroom (Eerste deel) · Anoniem · Poetry Cove