Skip to content
1638

Amsterdams minne-beekje. Deel 3

Anoniem

Stemme: O Karsnacht schoonder dan, &c. MYn Schaepjens (die u hongher blusten Met weeldrigh Thijm) boet nu uw lusten Met roose-blaetjes van mijn krans, Die al haer geur ten offer brachten, Mijn breyn, dat hert en Ziel verkrachte, Wanneer ick uytstack aen den dans.

2 't Is beter dat de Bloempjes voeden Mijn Lamm'ren, die ick stervend' hoede, Als datse van haer eer berooft Door suchten (die mijn leven quellen En heete traentjens trouw versellen) Onschuldigh dorren op mijn hooft.

3 Erkauwtse menighmael met smaeckjens Onnoosel Vee, maer als u kaeckjens Vermoeyt zijn, en de slaep u groet, Dan peynst eens om mijn doode leven,

Wat oorsaeck dat mijn sinnen dreven, Tot schennis van mijn Roosen-hoet.

4 Ghy waerter by, doe mijn Philander Sijn trouw toe-swoer die nu een ander Met geyle tochten besich houdt: Ghy waerter by, doe mijn sijn eeden In't heyligh werck met hem deen treden, Dat in den Hemel was ghebout.

5 Niet dat ick segh, al-siende Goden, Dat uwe wil mijn Herder noode Tot werckingh van soo valschen daedt, Maer 'k sie op mijn volmaeckte minne, Wiens weergae by u is te vinnen, Die loonen 't goet, en straffen 't quaedt.

6 Doch 'k wensch geen straf, maer bid voor sonde, 'k Eysch Balsem voor een vuyle wonde, 'k Eysch Balsem die den Hemel voed: Maer is uw' wil tot straf gheneghen, Soo straft 't bedroch, en wel te deghen Met wroegingh van sijn snood ghemoedt.

7 Dan sal ghewis mijn leet hem deeren, Mijn Liefde tot zijn Liefde keeren, Sijn Liefde wederom tot mijn: Als ghy ons dan hebt t'saem ghebonden, Noyt isser trouwer paer ghevonden, Als Phyllis, en Phylander zijn. M. T.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 3 · Anoniem · Poetry Cove