Skip to content
1638

Amsterdams minne-beekje. Deel 3

Anoniem

Stemme: La durette. RVst onder dese Boomen, Mijn Enghel Caraleen, En wilt niet verder Boswaert treen: Ey siet het Beeckje stroomen,

Sijn Christalijne vliet, 't Gheen van 't sandigh Duyntje schiet.

2 Lief, pluckt hier roode Roosjes, En pronckt u stroyen Hoet, Met rieckent kruydt, en bloempjes soet Bestrickt u geele broosjes, En suyvere witte kleen: Dan sal ick u leyden heen.

3 Bly-gheestigh aen de Dansjes, By al de jonghe Lien, Die u vol vreughden sullen bien Gheluck, met Pallem-Kransjes, En singhen helder uyt: Langh soo leeft dees jonghe Bruydt.

4 Ach Cloridon u loncken Doordringhen mijn ghemoedt, En uwe woordtjes Suycker-soet Die doen mijn hertje voncken, En blaeck'ren in de Min: Dies ick heel de uwe bin.

5 Ey komt dan wensigh Nachje, Verthoont u Licht Diaen, Soo sullen wy te samen gaen, Heel vrolijck met een lachje, Aen al de Nymphjes bly Melden onse vryery. 6 En dan op morghen treden, Begroent, verciert, ghekroont, En hechten (nae d'oude ghewoont) Voor Venus Heyligheden Ons hertjes t'saem aen een, En voorts leven wel te vreen. Nut en schadelijck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 3 · Anoniem · Poetry Cove