Skip to content
1638

Amsterdams minne-beekje. Deel 3

Anoniem

Stemme: Ick sucht, ick, klaegh, ick ween. DWaelt Schaepjes van mijn af Terwijl ick by dees Linde, Verhael de wreede wreetheyt straf Van mijn stuursse Clarinde.

2 Die laes, dees Herder moort, Door haer lichtvaerdigh Minne, Want nu mijn zieltjen is bekoort, Bant sy mijn uyt haer sinne.

3 En schept haer vrolijckheydt In mijn weemoedigh klaghen: Soo dat ick nu vol bitter leyt Verslijten moet mijn daghen.

4 Ach Lieff, Clarinde ach: Kan het aenminnigh smeecken, Mijn suchjes, en mijn naer geklach V harde hart niet weecken?

5 Soo naeckt, O Harderin, Het eynde van mijn leven: En u sal ick als vyandin De oorsaeck hier van gheven.

6 Vindt ghy mijn lichaem kout, (By avontuer) verscheyen, Hier in't belommert groene wout: Wilt het ten graef-waert leyen.

7 Ey wilt aen mijn voldoen Voor 't laetst dees slechte bede: Verciert met Roos, en rieckent groen V doode Harders leden.

8 En rijmt twee reghels soet, Om op mijn graff te proncken: "Hier rust een Herder, die in gloet "Smoorden door minne-voncken. Nut en schadelijck.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 3 · Anoniem · Poetry Cove