Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: O Lijsje lieve Lijsje, &c. ACh oversoete Minne Hoe beweeght ghy ons hert. En dwerle doet ons sinnen, In vreughden, dan in smart, En doet ons nimmer rusten Maer terghd ons tot de lusten En maeckt ons geest verwert. 2 Wat baet of ick verberghe, Mijn langh verhole Min, En ga mijn selfs noch tergen,

Mijn langh verhole min, En gae mijn selfs noch terghen, Daer ick gheen rust en vin, Soo langh als ick ontbeere Mijns herts en ziels begheeren, Die steets speelt in mijn sin. 3 Die door sijn droevigh klaeghen En deerelijck gesteen, Sijn bidden, en sijn vraeghen, Sijn smeecken, en gebeen, Mijn hert heeft soo bewoghen Dat ick niet ken gedoghen, Langher sijn droef geween. 4 Hy heeft soo onder kropen Mijn hert en mijn gemoed, En is daer ut gheslopen, En heeft ontsteecken 't bloet In soete minnen tochten Soo dat hy terstont brochten mijn onder sijn behoed 5 T-hert is tot u ghenegen Mijn troost en mijn gheneugh Dat ick my laet beweghen Door u persoon en deughd, Dat ghy my sult ontfangen Als u eenighst verlanghen, V hert en zielens vreughd. 6 Vooght-Heer van mijn gedachten, Ey' neemt het my ten goen, Dat 'k u heb laten wachten, Wilt in u liefde voen, Op mijn u wel behaghen 'k Kom mijn zieltje op drogen Om u lust te voldoen. I. G. Vlooswijck. Rede doet leve.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove