Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: Na dien de Goddelijckheyt. VErtreckt o gulde Son Die dese heldre bron Comt door u stralen tergen, Dat 't Cristelyne nat

Int vallen van de bergen Laeuw in u beeckjen spat. 2 Dies duyck Apollo duyck Phillis vertoont haer pruyck, Siet hoe haer vlechjes swieren Om 't blondt gekruyfde hooft, 't Geen blom en kruyt vercieren Waer door u glans verdooft. 3 Onnoodigh dat ghy licht Dees eeuw door u gesicht, Phillis sal door haer loncken Int wit en suyver kleet, Vol Majesteyt beproncken, Het schitterigh Tapeet. 4 Siet hoe het graesjen groeyt En 't geurigh bloempjen bloeyt, Door Phillis heldre stralen, Die sy uyt ooghjes twee, Al flickerend' laet dalen, Int volgen van haer Vee. 5 Aen genamen maeght Wien pronck van Laura draeght, Comt dese bron doch nader, Hoort eens hoe Lissis weent Terwijl men aen u Vader Des Moeders schoot verleent. 6 'k Sal met een roosen krans Vermeerd'ren uwe glans Komt Phillis help my vlechten Laet ons als dit gebloemt Ons zieltjens twee so hechten, Dat Hymen daer af roemt. 7 Het lijckt dat sy my siet En schichtigh van mijn vliet, Sacht Phillis wilt niet vluchten Ick volgh u schreetjes dra, Vol jammer en vol suchten, Tot in het Bosjen na. Arbeyt verloren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove