Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: Schept ghy veel vreuchts, etc. IVffrou verschoont, mijn plompicheyt aen u betoont, Int praechen van u gunst, Door een voudighe reden, Want ick noyt tijdt besteede In Hoofsche redens kunst Op vreemde pracht Van reden slae ick weynich acht, Ick spreeckgoet nederlants, Al ist niet Haeghs noch Hoflijck, 't Is daerom niet min loflijck Als 't mengelmoes of frans.

3 Ja houd voor wis, Dat 't nutter en bequamer is Te spreken moeders tael, Als dat door vreemde woorden Te raedbraecken en moorden Met onduytschlijck verhael. 4 Want onse tael En is niet so beroyt en kael, Dats' andren van nood heeft, Maer is so rijck en rijplijck, Datse wel onbegrijplijck Voor al d'andren streeft. 5 Die Nederlands Opsmukt met onduyts ofte frans Is even als een nar, Die stroy voor goude koorden Op roo fluweel laet boorden, Om te proncken van ver. 6 't Schijnt van ver yet Maer niet ist alsment wel besiet, En 't is belacchens waert, So ist oock met die genen Die onse spraeck vereenen Met der onduytschen aer. 7 Daerom ick sal Noch u noch yemant te geval, Hervormen myne reen, Schelt vry Hollantsche botheyt, Ick acht geen hoofsche sotheyt, 'k Ben met mijn spraeck te vreen. Verandert in tijts.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove