Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: Moe ghebaedt lagh ick en sliep. MInne Godt! ghy die u brandt In mijn boesem hebt ontsteken: Venus ! laet mijn offerandt Sijn getuygh, en waerheyts teken, Datter noyt en is gebleken Trouwer minne als de mijn, Ey, wilt dit mijn Juffrouw tuyge; Ick die voor u Altaer buyge, Bidt u, wilt my gunstigh zijn. 2 Eer Ancoor ten ooghsten daeght, 's Hemels aenschijn ciert met blaysen,

Ick, ter liefde van een Maeght, Offer uytghekipte Roosen, Die ick heb voor puyck gekoosen Vers bedropen vanden dou: Onverwellickt in zijn blade, Op dat my hier door genade Sou geschien van mijn Juffrouw. 3 Venus vraeght ghy waerom ick Roode Roosen vers ontloocken Op u hooge Altaer schick? Om in minne-brandt te stoocken, Die ick doe den hemel roocken, 't Is tot tuyge, dat mijn hert Als een afgepluckte bloeme, Diemen levenloos mach noeme, Aen mijn lief geoffert wert. I. H. Krul.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove