Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: O Heyligh saligh Bethlehem, &c. FOrtuna die my nu ontsteelt, Mijn Rosemont, die ick moet derven, Wanneer sal Coridon het beelt Van Rosemontje weer verwerven? 2 Int eerste ghy my gunstigh waert, Maer door u snel veranderingen, Soo hebt ghy mijn jonck hart beswaert, Dat ick niet meer kan vrolijck singen. 3 Maer moet een deuntje op het riet In eensaemheyt heel droevigh speelen, Om dat ghy haer die my gebiedt Mijn Rosemont my gingh ontsteelen. 4 Hoe wel ick haer gesicht ontbeer, Nochtans soo staet sy vast gewortelt In 't hert, het welck gelijck als teer

Door minnens vlamme koockt en bortelt. 5 O Venus die de moeder zijt Der liefde, wilt u soon bewegen, Dat hy nu langer niet en lijdt, Dat my Fortuna soo is tegen. 6 Want hy die selfs de liefde is, Weet wel gelegentheyt te vinden, Alwaer sy schoon in duysternis, Want liefde kan het al verwinnen. 7 Ick sal dan tot u beyder eer 't Altaer doen roocken in u templen, En sweeren dat ick nimmermeer Misbruycken sal u heyl 'ge dremplen: 8 Vaert wel dan wijt vermaerde Stadt Athenen met u silver stroomen, En ghy voor al mijn waerste schat, Die daer u woonplaets hebt genomen. Virtute Opus.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove