Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: Ha que mon Isabelle. Ofte: Phillis komt u buygen. &c. PVyck der Harderinne, Oorsaeck van mijn minne, Oorsaeck van mijn pijn, Oorsaeck van het soet fenijn, 't Geen verteeren doet van binnen, In een zieleloose schijn. 2 Aenschout mijn elende, 's Levens draet wil ende Sterven is mijn lot, Hopend' dat de groote Godt V een wroegingh sal toesende Dat ghy met u Dienaer spot.

3 Een die u gaet haten Mint ghy boven maten Ist niet buyten reen, En hem die met dienstbaerheen V ontmoet, hebt ghy verlaten, Dus loopt hy een blaeuwe scheen. 4 Mijn schaepjens gaen doolen 'k Hebse Pan bevolen, 'k Weet nau wat ick doe, Want ick ben mijn leven moe, 't Hart versenght tot asch en kolen 't Sluyt de tocht des adems toe. 5 Adieu dan voor immer, Naer Jupijns ghetimmer, Haeck ick nacht en dagh, Aengesien dat mijn gheklach V en kan beweghen nimmer: Het niet anders wesen mach. Arbeydt verloren.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove