Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 2

Anoniem

Stemme: Je suis sommé de mon destin, &c. KVst Carinella my, wijl 't bruyne nacht gheschimmer 't Gordijn is, dat de Glimmer

Sen vliesen overschaeuwt; Dat hy niet luystervinckt ons kusjes, noch begraeuwt. 2 De nacht medooght ons liefd, en veylight onse kusjes, En ziel roovende lusjes, Want in een duystre Maen Twee floncker-starren 'k sie voor my te branden staen. 3 Dees lickten my, terwijl ick Hartje lief, en Enghel Mijn kusjes met u mengel, En 't Nectar dauw geniet Dat op levend Robijn van krale lipjes vliet. 4 Noch Venus met Adoon verhittight in haer vryen Op minne-snoeperijen, En heeft oyt hare lust, Met sulck een yvers graeght en zielens treck geblust. 5 Als ick vernoeght inslurp van uwe mont de waessem Van uwe lieven aessem, Want als ick u lipjes raeck Ick Goden leckerny en hemelsch bancket smaeck. Verandert in tijts.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 2 · Anoniem · Poetry Cove