Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Stemme: Brande Bocan. DE gulde Sonne schiet zijn stralen Beneen op d'aert, De Herdertjes om vreucht te halen Komen gepaert Int Bos elck met zijn lief en waerde Herderin, En toonen hoe Vrouw-Mapaes vreughde staen in haer sin. 2 Thyrius weyt met zijn lieve Bruytje, Sijn lief Lerind Coridon speelt soet op zijn fluytje Voor die hy mint, 't Is Laura die Coridons hertje heeft gewont, Doen hy haer lest ontrent het beeckje alleenigh vondt. 3 Tyter verselt met Amarillis Sijn Velt-Goddin, Cephalus met zijn lieve Phillis Die hy zijn min

Gestadigh toont en wenscht met haer altijt te zijn En d'Echt, op dat hy eens verlost mocht zijn van pijn. 4 Sirona, Rosemond, Gruselle Vermaecken haer Met sangh dies Silvester komt stellen Sijn Herders snaer Onder dit soet vermaeck, verheft sich het hel gesanck Het pluym-gediert, soo dat het Bosje is vel geklanck. 5 Om noch in meerder vreucht te raken Seyt Galathe Soo laet ons gaen een Mayboom maken, Yeder wil mee, Men gaet al t'saem met lusten heene al hant aen hant, Totmen is daer men t'saem met vreughde den Mayboom plant. Liefde verblijt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.