Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Phillis Singht.Stemme: Iene puis Eviter. GElijcker geen fenijn Kan schadelijcker zijn, Als dat onder de schijn Van soetigheyt

Hout 't gift verborghen, Op dat t ons vleyd En zonder zorgen Ons doet verworgen, En de ziel scheyt. 2 Also geen grooter quaet Als bitse nijdt en haet, Die onder 't decksel gaet Van waere min, Want door dees kleeden Soo kruypt zy in Ons g'negentheden, En leyd van reden Ons goede sin. 3 Want wat een vryicheyt Gedaen wort of gezeyt Wort avrechts uytgeleyt, Als t is gedaen Haer vriendlijck wesen Streckt om te schaen, Daerom ick vreese Eenmael te wesen Aldus verraen. Verandert in tijdts. Sil. 'k Hoop emmers Phillis niet dat ghy hebt misvertrouwen Op yemant van ons vijf, dat wy een gulle reen Geseyd in vricheen Recht, avrechts als geseyd is, die uytleggen souwen,

Dat ghy daeromme brenght dit schamper Lied te voorschijn, Phy: Nu Iuffrou belght u niet, daerom ist niet gedaen. Ros. Nu Silvia vangh aen, En yeder swyge stil, op datter mach gehoort zijn.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 1 · Anoniem · Poetry Cove