Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Stemme: Schoonste Kariclea ACh soete Veltgoddin Hoe komt dat ghy de trouwe min versmaet Van een die Herderin V om al 's werelts schat niet en verlaet, Seght waerom overbrave Maeght,

Ghy van my nu te scheyden graeght. 2 Ghy die door u gesicht Ach Nymph, en door het soet vermogen van V oogen hebt gesticht, In mijn boesem een brandt die niet en kan Geblust zijn, soo ghy herders kint V droeve slaef niet wedermint. 3 't Schijnt ghy my niet en hoort Soete Galatge, of dat ghy niet acht My die ghy hebt vermoort, En door u soete wreetheyt t'onderbracht De tranen die ick stort de smert Getuygen die ick draegh int hert. 4 Daerom ach Herders kint Ick bidt bedwinght een weynigh u ghemoet, Mint die geen die u mint, En geeft my troost eer dat ghy niet en doet Door u wreetheyt dat ick de doot Sterf, Lief denckt om mijn liefde groot. Q V. Voort.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 1 · Anoniem · Poetry Cove