Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Stemme: Cesses mortels de souspirer, &c. 'k LAgh met mijn Amaril in't groen, In lommer vande dichte boomen,

Daer, daermen hoort het beeckje spoen, En 't preut'len van Crestalle stroomen, Ick leyden haer mijn min te voor, Dan sy verhard gaf geen gehoor. 2 De son terwijl zyn glansich hooft, Verschool door kracht van Regen vlagen, Den Hemel scheurde en opgekloofd, Spoogh Blixem-vlam met donderslaghen, Sy als bevreest vloogh naer mijn schoot, Spaer, riepse spaer, mijn voor de dood. 3 Wat schroomt ghy lief voor dit getier En roept mijn hulp om u te sparen, Kan dan het ydel blixem vyer, Kan ydel donder u vervaren, Maer eer spaer myn in sulcken nood Spaer mijn beminde voor de doodt. 3 Spaer mijn op wien met dooden oogh, Ghy blixemt vier dat veel is snelder, Op wien met al te sterck vermoogh, Ghy dondert slaghen soo veel felder, Spaer mijn, spaer mijn in sulcken nood, Spaer mijn beminde voor de doot. Min veel raat.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 1 · Anoniem · Poetry Cove