Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Stemme: Amarilli mia Bella. Ha wreede Rosemonde. Gedachtich lijt de smart, En straffe wonde, My door het oogh gesonde, Tot in myn hert? Laet bracke tranen reegen, Tot meedoog u beweegen.

Wat voor de vreughd' hebt ghy my toe gesonden Roosemonde, Roosemonde, Roosemonde, dees wonde. 2 Beulin en straffe Vrouwe! Moordersse van mijn ziel, Waer is de trouwe, Die ghy trouw, swoert te houwe: Heeft die een kiel, Door grondeloose kolcke. Gevoert naer vreemde volcke? Soo wensch ick dat de vloet hadt op gesoope Roosemonde, Roosemonde, Roosemonde, mijn hoope. 3 Wel hebt ghy een verlange, En graeghten tot mijn doot? 'k Ben u gevange: Komt wreed' en al te strange, Beulin door stoot, Dees geofferde lede Die willich zijn te trede, Daer sy geen licht naer duysternisse speuren, Roosemonde, Roosemonde, Roosemonde, met treure. 4 Ach of mijn droeve claegen.

V stael ver-herde hert, Soo mocht door knagen. Dat ick naer mijn behaegen Troost voor mijn smaedt, Van u eenmael mocht erven, In plaets van levend' sterven, Ick soude dan, tot weer-loon met Laeurieren Roosemonde, Roosemonde, Roosemond' u, vercieren, N. van Haeren. In lyden geduldich.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 1 · Anoniem · Poetry Cove