Skip to content
1637

Amsterdams minne-beekje. Deel 1

Anoniem

Stem: Ballet Bronckhorst. LEa waerde, Die in t hart van u dienaer de kroone spant, Op deser aerde, Sijt ghy o Schoone die mijn ziel ontmant, Ghy zijt die geen Voor wien ick met gebeen Ootmoedigh buyghe Om u te tuyghe Hoe dat ick suyge En snacke na u trouw, Mevrou, mevrou, mevrou, Verlost my uyt de rou. 2 In u ooghjes Sijn twee straeltjes, die de minnaers herte wont, Beset met booghjes, Van u wijnbrauwtjes soet, appel ront V voorhooft schoon

Vereyscht een Laurier kroon, En uwe haertjes Als goude snaertjes Soo net en klaetjes Met vele strickjes soet, Dat doet, dat doet, dat doet Verkrachte mijn gemoet. 3 Kuyssche Diaentje Die soo hoogh en schoon in deughde zijt vermaert, Alst helder Maentje Wiens glants de duysternis verklaert, Soo mijn Goddin Die ick met hert en sin Soeck te verwerve Al soud ick sterve Om haer te verwerve, Die lief en waerde Maeght, Die Maeght, die Maeght, die Maeght, Die zielens sleutel draeght. 4 Goede Gode, Wilt het hart van mijn geliefde klare son,

Tot myn-waerts noode, Sien of mijn smart haer niet beweghen kon, Want ick wel eer, Ten grave dalen neer, Keeren tot d'Aerde, Die my eerst baerde Eer ick oyt paerde Met yemant als mijn schoon, Mijn schoon, mijn schoon, mijn schoon, Ick sterve duysent doon. I. V. Hoeven.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsterdams minne-beekje. Deel 1 · Anoniem · Poetry Cove