Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Stemme: Van de tweede Carileen. BArst benaut, en bange hart, Oogjes weent, om dat u 't lieve licht Nu niet meer en bestraelt:

Wreede Goden, hoe haelt Gy mijn wit soo schichtugh uyt 't gesicht? Had ik u doch oyt gesart: Maer eylaes! ik heb het noyt gedaen, Waerom dan mijn verdriet? 't Meest' leet mijn geschiet, Dat ter werelt yemant mach omvaen: Lief mach het zijn! Slaet noch eens 't oogh op mijn, Op dat mijn 't hart noch eens verquikt, Dat nu snikt, En geprikt, By-na stikt Van de droefheyt, Want mijn hert al in een Schroef leyt.

2 Ach wie haddet oyt gelooft! Dat ons vreugt soo na verscheenen was: Nu ter werelt geen Maegt Mijn nu meer en behaegt, Nu verdweenen is, die mijn genas:

Ach! nu sult gy om mijn hooft Niet meer vlechten, als gy voormaels placht, Soo van Roosjes eel, Als van Bloempjes veel, 't Geen een kusje tussen bey'en bracht: Noch ook mijn Fluyt, En sal sijn geluyt Meer heffen, als ghy aerdig song Dat u tongh, Vyt mijn drong, Ia mijn dwong, Tot het speelen, Laes! vergaen is al dat queelen.

3 Lief ik schey niet van u Lijk, Voor ik me'e mijn levens-draet hier end', Was'et Goon u begeer, Ik mijn troost nu ontbeer, Helpt mijn uyt dit swaer elend, Ik van hier doch niet en wijk, Voor de Aerd mijn me'e verslonden heeft.

Ach! ach Hemel ik kniel, En ik bid! dat mijn ziel, Me'e mach komen daer haer zieltje sweeft: Ach! wat gewoel, Ik in dees borst gevoel, 't Schijnt Atrop mijn raekt met sijn schicht, Mijn gesicht, Door sijn plicht, Verliest 't licht, Ach ik scheyde! Adieu; Lief wilt mijn verbeyde.

Jan Meerhuysen. Oordeelt na 't voorbeelt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove