Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Wyse: 't En is geen tijt veel tegenstants te maken. A Ch! helder licht, ô suyvere Diane! Na dien gy Lief nu scheyt, Neemt dees' mijn droeve suchten, ende trane; Ey! neemt tot u geleyt Mijn klachten, die uyt den gront mijner herten Aen u geoffert zijn, Recht toonend' mijne pijn In dees' mijn smerten.

2 Ach! sult gy dan u aengename stralen Van my nu trekken af? Aensiet hoe dat ik eensaem moet gaen dwalen Nae 't naer, en duyster Graf; Waer dat ik sal nochtans u licht met drage, Aenbiddend' mijn Goddin, En d'oorspronk van mijn Min Te recht sal klage.

3 En spreken door mijn geest, ô wreede Maget! Ten vollen uyt mijn klagt, Voor u die steets mijn ziele hebt geplaget, Lief, Leyster mijns gedacht, In dit mijn treur, en droevig wesen, En in het droeve Dal, Te recht ik wesen sal Vol hoop, en vreesen.

Hoop geleyt.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove