Skip to content
1647

Amsteldamse vrolikheyt

Anoniem

Stem: O schoonste personagie. WEl op mijn Harp, wilt speelen, En roemen van des Heeren wonder-werken; Verrijkt met uwe keelen, Gy Nimphjes die dees Hoogtijt helpt versterken: Roemt over-luyt, Door wiens besluyt Gestelt zijn Huw'lijks zeden, Die wy ontfangen; Wy offeren hem sangen, En gebeden.

2 Ik wensch uw' sijnen Zegen Al die den band der Trouwen trouw'lijk minnen: Gelijk een milde regen, Sult gy veel schat, en rijkdom overwinnen: Uw' ziel en moet, Om 't tijdlijk goed

Bekommert zijn, noch treuren; God word vergeten Daer Mammon is geseten Voor de deure.

3 Hoet u voor valsche tongen, Pluym-strijkers die van schoone kleuren schijnen; Of u quam voor-gesprongen, Een vyandt quaedt, en socht u te verkleynen; Wreekt alles niet, Wat u geschiet, Soo blijft gy steeds in vreden: Want wie wil wreken, Blijft in het onheyl steken, En boosheden.

4 Betracht gy desen regel, Soo zijt gy hoog van yeder Man gespresen. Dat is een vasten zegel: V By-slaep sal u duysent vreugden wesen, Die u in eer, Noemt haren Heer, En sult haer Heer ook wesen; Gy wiltse houwen,

Princesse aller Vrouwen Uytgelesen.

5 Nu vrienden eer wy scheyden, Vereert de Feest met vreugt na 's Lands manieren, Stelt veynsery ter zijden, En wilt de wet van Hijmen suyver vieren, Daer is een tijdt, die anders seydt, Nu is 't de uur van weelden, Dit is de Pleyster, Mijn Salf-pot, en mijn Vleyster, Die my heelden.

Drink-vers. 6 Wy brengen Maegde-tranen, Van onse Bruydt geschreyt met drooge oogen, Geoffert aen Diane, Swelg in, swelg in, swelg in met groote toogen: De Bruyd'gom haest, De Bruyt verbaest, Dat maekt hem ongeneugde: Sy sal veel erven,

Haer maegdom leyt op sterven, Dat 's een vreugde.

A. Bormr. Niet eygens.

Cookies on Poetry Cove

We use cookies to remember your language preference and — only with your consent — to learn how Poetry Cove is used. You can change your mind any time.
Amsteldamse vrolikheyt · Anoniem · Poetry Cove